Droom, leef en verzin je weg.
Stap voor stap.
Jouw voetsporen zijn de weg, wandelaar.

‘Een mens is pas echt gelukkig als hij zijn kinderdroom waarmaakt.’ Ik kwam het zinnetje vorige zomer tegen in het boek ’Ik moest hier toevallig zijn’ van mijn vroegere radiocollega Paul Jacobs. Ik had net een politiek avontuur beëindigd omdat ik voelde dat mijn hart niet genoeg betrokken was. En ik bevond me op een kruispunt, wat nu gedaan met het leven? Het zinnetje bleef dus wel even hangen.

‘Is dat waar?,’ vroeg ik me af. En wat waren ook alweer mijn eigen kinderdromen? Waar werd ik als kind warm van? Ik schreef heel graag opstelletjes op school, ik las graag luidop voor in klas, ik stond graag op een podium, zelfs met een pruik van Nana Mouskouri of – in een badjas van mijn mama – Julie Andrews imiterend in The Sound of Music. Ik was niet het coolste kind, nee. :-) En ik zong doodgraag. Maar droomde ik ervan om radio te maken en mensen te interviewen? Nee, niet echt. Terwijl dat toch het leukste is wat ik professioneel al gedaan heb. Droomde ik ervan om me politiek te engageren? Nee, terwijl het toch een trein is waar ik op gesprongen ben, toen hij passeerde.

Dat ene zinnetje zette me aan het denken: Hoe het leven soms andere plannen heeft met de dingen waar je als kind van droomde. Dat je soms spontaan of per ongeluk een afrit neemt die naar onverwacht mooie wegen leidt, of niet. Dat ontmoetingen zó belangrijk en bepalend zijn in een leven. En dat een droom soms meer een richtingaanwijzer is dan een doel. De reis is sowieso altijd interessanter dan de bestemming, vind ik.

Het is de insteek geworden van m’n nieuwe boek 
’Wat het is. Vele dromen later’ (Pelckmans, september 2015). Een interviewboek met 23 Interessante Vlamingen over hun kinderdromen en idealen en wat het leven ervan gemaakt heeft, en zij van het leven. Je leest het droomspoor van oa Celie Dehaene, Stef Bos, Roger De Vlaeminck, vader Karel en zoon Wouter Torfs, Wim Opbrouck, Zuhal Demir, Kathleen Cools, Zuster Jeanne Devos, Frank Van Massenhove, Alicja Gescinska, Bert Anciaux, Sepideh Sedaghatnia, Tom Hannes, Dominique Persoone, Dirk De Wachter, Pol Hauspie, Fien Sabbe, Kristien Dieltiens, Els Dottermans en Guillaume Van der Stighelen. 

22 verhalen en 23 droomsporen, van droom tot daad, sommige ergens halverwege, en soms is de daad ook helemaal de ambitie niet. Verhalen over kinderdromen en idealen. Over een leven zonder dromen. Over dromen die een heel eigen leven gaan leiden.

‘Geen enkele menselijke idiotie is me vreemd,’ vertelt Tom Hannes ergens in het boek. En dat is precies wat ik ervaren heb toen ik met deze 23 mensen ging praten. Ik heb mezelf herkend in de puberteit van Els Dottermans, in de angst om te verliezen van Wim Opbrouck, de drang naar schoonheid van Kristien Dieltiens, de onkunde om zomaar gelukkig te zijn van Wouter Torfs.

Deze 23 mensen, dat zijn wij allemaal. We zoeken en ploeteren, we juichen en struikelen, we kruipen weer recht en we gaan door. En soms weten we het gewoon even niet, ook goed. We zijn daarin niet zo verschillend van mekaar.

Bas Bogaerts maakte de prachtige, sprekende foto’s bij de verhalen. Ik wilde graag foto’s die de vertellers in één beeld vatten, midden in het leven en helemaal zoals ze zijn. Foto’s die een verhaal op zich zijn. He did it.

Is een mens gelukkiger als hij zijn kinderdroom waarmaakt? Ik weet het niet. Sommigen vinden van wel, anderen van niet. Ik vind het antwoord op die vraag ook niet zo belangrijk, wel de gedachten, de verhalen en de vragen die ze oproept.